Ik begin met de aardappelen, het fundament van dit gerecht. Na het schillen snijd ik ze in gelijke stukken van ongeveer 3 cm voor een gelijkmatige garing.
De aardappelen gaan in koud, gezouten water (ongeveer 8 g zout per liter). Zodra het water kookt, verlaag ik het vuur en laat ze 15-20 minuten zachtjes koken tot ze perfect gaar zijn.
Voor het pureren giet ik de aardappelen af en laat ze 2 minuten uitdampen. Dit zorgt voor een drogere, luchtigere puree.
Nu verwarm ik de melk tot lauwwarm – koude melk zou de puree glibberig maken. Ik pureer de aardappelen eerst zonder toevoegingen, dan voeg ik blokje voor blokje de zachte boter toe.
Geleidelijk roer ik de warme melk erdoor tot de gewenste consistentie. Een snufje nootmuskaat en zout maken het af. De puree houd ik warm met een deksel erop.
De Sappige Braadworsten
Ik prik voorzichtig enkele gaatjes in de worsten om barsten tijdens het bakken te voorkomen.
In een grote koekenpan verhit ik de olie op middelhoog vuur. De worsten bak ik in ongeveer 12 minuten rondom goudbruin, waarbij ik ze regelmatig keer.
Na het bakken laat ik ze rusten onder aluminiumfolie om de sappen te herverdelen.
De Fluweelzachte Uiensaus
In dezelfde pan waarin ik de worsten bakte, smelt ik de boter. De ui gaat erin en ik bak deze op middelhoog vuur ongeveer 12-15 minuten tot ze goudbruin en zacht zijn.
Dan strooi ik de bloem over de uien en bak deze 1-2 minuten mee om de bloemsmaak te laten verdwijnen.
Nu giet ik al roerend eerst de wijn erbij en laat deze 2 minuten inkoken. Daarna voeg ik geleidelijk de warme bouillon toe, terwijl ik blijf roeren om klontjes te voorkomen.
De mosterd en Worcestershiresaus gaan erbij, en ik laat de saus 5-7 minuten zachtjes pruttelen tot hij mooi gebonden is.